Huishoudelijk Reglement NGW

Huishoudelijk Reglement NGW

I  Algemeen

 Artikel 1

 In dit reglement wordt verstaan onder:

  • “Het Genootschap”:      het Nederlands Genootschap van Wijnvrienden;
  • “Het Bestuur”:               het bestuur van het Genootschap als bedoeld in artikel 9  en 10 van de statuten;
  • “De Bailliages”:            de bailliages als bedoeld in artikel 14 van de statuten;
  • “De Statuten”:              de statuten van het Genootschap.

Waar in de statuten of in het Huishoudelijk Reglement hij geschreven staat, mag ook zij gelezen worden.

Artikel 2

Alle handelingen, het Genootschap in zijn algemeenheid betreffende, ongeacht door wie, behoeven vooraf de goedkeuring van het bestuur.

II Lidmaatschap

Artikel 3

Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, worden in dit reglement onder leden begrepen allen die als zodanig in artikel 4 van de statuten worden genoemd en, voor zover daartoe verplicht, hun contributie voor het lopende  Genootschapsjaar hebben voldaan, een en ander ongeacht de graad waarin zij zijn ingedeeld.

Artikel 4

  1. De leden hebben toegang tot de ledenvergaderingen, uitgeschreven door het bestuur.
  2. De leden behorende tot een bailliage hebben toegang tot huishoudelijke ledenvergaderingen,  uitgeschreven door het betreffende bailliagebestuur.
  3. Het bestuur heeft toegang tot huishoudelijke vergaderingen van de bailliages.
  4. Het bestuur van een bailliage is bevoegd anderen de gelegenheid te geven een huishoude­lijke vergadering bij te wonen.
  5. Onder huishoudelijke vergaderingen worden verstaan vergaderingen waarin uitsluitend zaken de  bailliage betreffende worden behandeld.

Artikel 5

Indien een lid wordt geroyeerd conform artikel 7 van de statuten zal het bestuur daarvan binnen twee weken schriftelijk mededeling doen aan het betreffende lid met vermelding van de gronden, waarop het besluit tot royement is genomen. Een besluit tot royement is onmiddellijk van kracht.  Een geroyeerd lid heeft geen recht op restitutie van contributie. Zij die het lidmaatschap verliezen, kunnen geen rechten doen gelden op bezittingen van het Genootschap.

III Geldmiddelen

Artikel 6

  1. De contributie voor de leden wordt ieder jaar door het bestuur vastgesteld en behoeft om van kracht te zijn de goedkeuring van de algemene ledenvergadering.
  2. De contributie van leden, behorende tot een bailliage, wordt geïnd door de bailliagepenning­meester. De contributie van niet tot een bailliage behorende leden wordt geïnd door de algemeen penningmeester.
  3. De contributie dient elk jaar vóór 1 februari te worden voldaan.
  4. Personen, van wie het lidmaatschap aanvangt per 1 januari van enig jaar en vóór 1 mei van datzelfde jaar, dienen de verschuldigde contributie voor dat jaar te voldoen binnen vier weken na de    aanvang van het lidmaatschap.
  5. Personen van wie het lidmaatschap aanvangt na 30 april doch vóór 1 november van het lopende Genootschapsjaar zijn voor dat Genootschapsjaar de helft van de contributie verschuldigd, te voldoen  vóór 1 oktober van dat jaar.
  6. Personen van wie het lidmaatschap aanvangt per 1 november van het lopende Genootschapsjaar  behoeven voor dat jaar geen contributie te betalen, mits de contributie voor het daaropvol­gende jaar   op diezelfde datum is voldaan. Anderszins is de contributie conform lid 5 van dit artikel verschuldigd.
  7. De door de bailliagepenningmeesters geïnde contributies worden, na aftrek  van het voor de  bailliages bestemde deel daarvan, conform artikel 15 van dit  reglement, vóór 1 april, c.q. 1 november  van het Genootschapsjaar afgedragen aan de algemeen penningmeester.
  8. Na betaling van de contributie ontvangen de leden de lidmaatschapskaart voor het lopende  Genootschapsjaar.

Artikel 7

Alle zakelijke en financiële handelingen, welke betrekking hebben op het aangaan van verplichtingen van het Genootschap en op de beschikking over de geldmiddelen van het Genootschap en een bedrag van € 10.000 te boven gaan, zullen moeten zijn voorzien van de handtekening, behalve van de algemeen penningmeester, van de voorzitter of de algemeen secretaris, een en ander conform artikel 10 van de statuten.

Artikel 8

Alle geldmiddelen van het Genootschap zullen bij een erkende Nederlandse bankinstelling worden gedeponeerd, behoudens kasgeld tot maximaal € 1.500. Over deze geldmiddelen kan alleen worden beschikt, indien voorzien van de handtekening van de algemeen penningmeester of, bij diens ontstentenis, die van de voorzitter en één ander lid van het dagelijks bestuur.

 IV Bailliages

Artikel 9

  1. Het verzoek tot oprichting van een bailliage wordt gericht aan het bestuur;
  2. Voor het behoren tot een bailliage is de woonplaats van een lid bepalend;
  3. Iemand, die woonachtig is binnen het gebied van een bailliage, kan geen individueel lid zijn;
  4. Het bestuur is in overleg met het bailliagebestuur bevoegd uitzonderingen op het bepaalde in de  voorgaande leden van dit artikel toe te staan.

Artikel 10

  1. De leden van de bailliage kiezen uit hun midden een bailli;
  2. De bailli wordt gekozen voor een termijn van vijf jaar en is herkiesbaar;
  3. De bailli kiest uit de leden van de bailliage een secretaris, een penningmeester en overige bestuursleden;
  4. Zowel voor de bailli als voor de bailliagebestuursleden gelden dezelfde leeftijdsbepalingen als vermeld in artikel 9 van de statuten;
  5. Van bailliagebestuursverkiezingen en ‑veranderingen, alsmede van ledenmutaties, geeft de bailliagesecretaris  binnen veertien dagen kennis aan de  algemeen secretaris van het bestuur;
  6. De bailliages beheren de aan hen toevertrouwde geldmiddelen;
  7. Stemmingen binnen de bailliages geschieden op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 12 van de statuten en artikel 31 van dit reglement.

Artikel 11

De bailli is de voorzitter van een bailliage. Hij geeft samen met zijn bailliagebestuur leiding aan de bailliage. In deze hoedanigheid organiseert hij vergaderingen en bijeenkomsten. Tot zijn werkterrein behoort onder meer het in zijn bailliage uitvoering geven aan de doelstelling van het Genootschap, zoals opgenomen in artikel 2, lid a en b van de statuten Hij tracht dit te bereiken door:

  1. te zorgen voor een aantal proeverijen in een Genootschapsjaar  met een educatieve inhoud:
  2. leden de mogelijkheid te bieden hun kennis over wijn te vergroten door het organiseren, dan wel laten   organiseren van cursussen of anderszins;
  3. alles te doen wat in het belang is van het Genootschap als geheel en van de bailliages in het bijzonder en na te laten wat die belangen kan schaden.

Artikel 12

  1. De leden van een bailliage, ten minste vertegenwoordigende twee/derde van het aantal bailliageleden,   kunnen tot opheffing der bailliage besluiten op een daartoe, ten minste veertien dagen tevoren,  bijeengeroepen ledenvergadering van de bailliage, voor welk besluit de goedkeuring van het bestuur  is vereist;
  2. Indien het aantal leden van een bailliage daalt beneden tien, kan die bailliage door het bestuur worden  opgeheven.
  3. Een besluit tot opheffing van een bailliage dient tevens te bevatten een door het bestuur aan te wijzen commissie, bestaande uit drie personen waarvan 1 lid uit het Dagelijks Bestuur, die met de afwikkeling der zaken van die bailliage wordt belast;
  4. Binnen drie maanden na het besluit tot opheffing worden de eventuele eigendommen en het archief   van de opgeheven bailliage ter beschikking van het bestuur gesteld.

Artikel 13

Het bestuur zal ieder jaar aan de algemene ledenvergadering een voorstel doen tot toewijzing van een deel der contributie aan iedere bailliage, waarna de toewijzing de goedkeuring behoeft van de algemene ledenvergadering.

Artikel 14

Alle geldmiddelen van de bailliages zullen bij een erkende Nederlandse  bankinstelling worden gedeponeerd, behoudens kasgeld tot een bedrag van € 1.000. Over deze geldmiddelen kan alleen worden beschikt, indien voorzien van  de handtekening van de daartoe door het bestuur gemachtigde bailliage‑ penningmeester of, bij diens ontstentenis, van een ander daartoe gemachtigd bailliagebestuurslid, of door de algemeen penningmeester van het  bestuur.

Artikel 15

De bailliagepenningmeester maakt  vóór 1 februari van elk Genootschapsjaar een balans op van de toestand der bezittingen en schulden van de bailliage per 31 december daaraan vooraf­gaande, alsmede een rekening en verantwoording over het afgelopen jaar, en zendt deze stukken uiterlijk op 15 februari daaraanvolgend naar de algemeen penningmeester van het  bestuur.

V Bestuur

Artikel 16

  1. De leden van het bestuur worden gekozen voor een termijn als bepaald in artikel 9 van de statuten;
  2. De aftredende leden van het bestuur zijn terstond herkiesbaar, een en ander als  bepaald in artikel 9  van de statuten;
  3. In tussentijdse vacatures wordt op een door het bestuur uit te schrijven algemene ledenver­gadering  voorzien, welke  6 weken van tevoren dient te worden aangekondigd. Leden, die in een zodanige  vacature worden gekozen, hebben zitting voor de zittingstijd, welke onvervuld is;
  4. De bestuursleden, die niet herkozen zijn, dragen hun werkzaamheden over binnen één maand na de  algemene ledenvergadering, waarin de verkiezing van hun opvolger heeft plaatsgehad.

Artikel 17

  1. Bij het periodiek aftreden van het bestuur, dan wel ter voorziening in een bestuursvacature, wordt door het bestuur een voordracht opgemaakt;
  2. Voor een aanvulling op deze voordracht kunnen minimaal vijftien leden een kandidaat stellen, mits zij ten minste tien dagen vóór de vergadering, waarin een nieuw bestuur zal worden gekozen, dan wel in een vacature zal worden voorzien, dit schriftelijk kenbaar maken aan de algemeen secretaris van het bestuur;
  3. Onverkort blijft gehandhaafd hetgeen is vastgelegd in artikel 9 der statuten.

Artikel 18

  1. De voorzitter van het bestuur leidt de algemene ledenvergadering, de buitengewone en overige  vergaderingen en bijeenkomsten van het Genootschap, alsmede de bestuursverga­deringen;
  2. Bij ontstentenis of tijdelijke verhindering van de voorzitter wordt zijn functie waargenomen door de  vice-voorzitter of bij ontstentenis van deze door een plaatsvervangend voorzitter, die lid moet zijn van  het dagelijks bestuur;
  3. De voorzitter heeft de titel van president van het Genootschap.

Artikel 19

Het bestuur bestaat uit een dagelijks bestuur en een hoofdbestuur, overeenkomstig artikel 9 der statuten.

Het dagelijks bestuur is gemachtigd besluiten te nemen met gewone meerderheid van stemmen met betrekking  tot de dagelijkse gang van zaken het Genootschap betreffende. Voor het nemen van geldige bestuursbesluiten moet ten minste de helft der bestuursleden tegenwoordig zijn. Wordt wegens onvoltalligheid het nemen van (een) besluit(en) verdaagd tot een daarvoor opnieuw te beleggen vergadering, dan kan deze geldig daaromtrent  beslissen, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden. Bij stemming ter bestuursvergadering over zaken is de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen voldoende. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij stemming over personen is een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist.

Artikel 20

  1. De algemeen secretaris van het bestuur voert de briefwisseling van het Genootschap, zoveel mogelijk in overleg met de voorzitter en houdt afschrift van alle uitgaande stukken;
  2. De algemeen secretaris schrijft, in opdracht van het bestuur, de algemene ledenvergade­ringen,  buitengewone en overige vergaderingen uit. Hij beheert tevens het correspondentiearchief alsmede  het historisch archief;
  3. De algemeen secretaris is belast met het opmaken of doen opmaken van de notulen van de  vergaderingen van het bestuur, algemene ledenvergaderingen en/of andere vergaderingen van het  Genootschap en verschaft de voorzitter de nodige gegevens voor diens jaarver­slag;
  4. Bij ontstentenis of tijdelijke verhindering van de algemeen secretaris wordt zijn functie waargenomen  door een der andere leden van het dagelijks bestuur.

Artikel 21

  1. De algemeen penningmeester van het bestuur is belast met het geldelijk beheer overeenkomstig de op  de algemene ledenvergaderingen door de leden vastgestelde begro­ting;
  2. Hij doet de lopende uitgaven onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid;
  3. Bij ontstentenis of tijdelijke verhindering van de algemeen penningmeester wordt zijn functie waargenomen door een der andere leden van het dagelijks bestuur.

Artikel 22

  1. De algemeen penningmeester maakt jaarlijks een begroting op voor het volgende, op 1 januari aanvangende, Genootschapsjaar en dient deze ter vaststelling vóór 1 december daaraan voorafgaande bij het bestuur in;
  2. Hij maakt jaarlijks vóór 1 maart op:
    a. een balans van de toestand der bezittingen en schulden van het Genootschap per 31 december daaraan voorafgaande;
    b. een rekening en verantwoording over het afgelopen Genootschapsjaar;
  3. De in dit artikel genoemde stukken worden in de algemene ledenvergadering als vermeld in artikel 11 der statuten ter goedkeuring aan de leden voorgelegd.

Artikel 23

De algemeen penningmeester laat jaarlijks, ten minste één maand vóór de algemene ledenvergade­ring, door een kascontrolecommissie van ten minste drie leden, daartoe op de voorgaande algemene ledenvergadering benoemd, boeken en kas controleren. De kascontrolecommissie zal hierover schriftelijk verslag uitbrengen aan het bestuur en een mondelinge toelichting geven in de algemene ledenvergadering.

Artikel 24

  1. De algemeen penningmeester is tussentijds gehouden binnen een week, nadat hem zodanige   aanvraag heeft bereikt, op verzoek van het bestuur of van de in artikel 23 van dit reglement  genoemde commissie, boeken en kas door de aanvrager te laten inzien en controleren;
  2. Wil de algemeen penningmeester tussentijds aftreden, dan kan dit slechts  geschieden nadat boeken en kas zijn ingezien, gecontroleerd en in orde bevonden door de commissie als bedoeld in artikel 25 van dit reglement en hem door het bestuur décharge is verleend;
  3. De kascontrolecommissie is verplicht met betrekking tot lid 2 van dit artikel de bescheiden in te zien, te controleren en aan het bestuur schriftelijk verslag uit te brengen binnen één maand na aanvang van  haar werkzaamheden.

Artikel 25

  1. Het bestuur kan commissies instellen, die belast worden met Genootschapaangelegenheden en waarvan taak, werkwijze en opheffing door het bestuur worden bepaald;
  2. Het bestuur van een bailliage kan handelen als bedoeld in voorgaand lid, een en ander binnen het   kader van haar bevoegdheden.

 VI Vergaderingen

Artikel 26

De vergaderingen worden onderscheiden in.

  1. algemene ledenvergaderingen van het Genootschap,
  2. buitengewone en overige vergaderingen.

Artikel 27

 Tot een algemene ledenvergadering worden opgeroepen en hebben toegang alle leden van het Genootschap, die in het bezit zijn van een geldige lidmaatschapskaart, alsmede personen, niet tot het Genootschap behorende, die daartoe door het bestuur worden uitgenodigd.

Artikel 28

De meerderheid, waaraan bij stemmen over personen en/of zaken moet worden voldaan, is geregeld in artikel 12 van de statuten. Bij stemmingen is de aanwezigheid van ten minste één/tiende van de leden vereist.

Bij staking der stemmen over personen wordt een tweede stemming gehouden. Indien ook dan de stemmen staken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen,

Artikel 29

In de algemene ledenvergadering worden onder meer de navolgende punten behandeld:

  1. verslag door het bestuur uitgebracht over het afgelopen Genootschapsjaar;
  2. rekening en verantwoording door het bestuur over dat Genootschapsjaar, met overlegging van het rapport der kascontrolecommissie als bedoeld in artikel 23 van dit reglement;
  3. voorziening in bestuursvacatures met inachtneming van artikel 9 van de statuten;
  4. benoeming van een kascontrolecommissie als bedoeld in artikel 23 van dit reglement. De leden van deze commissie mogen geen deel uitmaken van het  bestuur;
  5. voorstel tot toedeling van algemene geldmiddelen aan de bailliages,
  6. voorstel tot goedkeuring van de door het bestuur vastgestelde contributie conform artikel 6 van dit reglement en van het voor de bailliages bestemde  deel daarvan, conform artikel 15 van dit reglement;
  7. voorstellen van het bestuur.
Artikel 30

De datum ener algemene ledenvergadering wordt ten minste drie weken tevoren schriftelijk ter kennis van de leden gebracht, welke kennisgeving voorzien dient te zijn van een agenda.

De algemene ledenvergadering wordt gehouden op een tijdstip en plaats door het bestuur te bepalen met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 der statuten.

Artikel 31

De buitengewone en overige vergaderingen worden gehouden op een tijdstip en plaats door het bestuur te bepalen. De convocatie voor zulk een vergadering wordt, vergezeld van een agenda, ten minste acht dagen van tevoren aan de leden toegezonden.

Artikel 32

Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en overigens wanneer de voorzitter of drie leden van het bestuur zulks nodig achten. Het dagelijks bestuur vergadert eveneens ten minste tweemaal per jaar en overigens wanneer de voorzitter of twee leden van het dagelijks bestuur zulks nodig achten.

VII Graden, titels en uitmonsteringen

Artikel 33

Zoals vastgesteld in artikel 4 van de statuten zijn de leden en ereleden ingedeeld in graden. De indeling in graden is zodanig geregeld, dat de volgorde der graden, als in het volgende artikel omschreven, tevens de rangorde aangeeft, met dien verstande, dat de eerstgenoemde graad de laagste is en de laatstgenoemde de hoogste.

Artikel 34

 1. Postulant: Als postulant wordt aangemerkt hij of zij die na inzending van het inschrijfformulier door het bestuur is toegelaten als lid van het  Genootschap;

2. Chevalier: een geïntroniseerd lid.

De intronisatie tot chevalier kan eerst geschieden nadat minimaal één maand is verstreken gerekend vanaf het tijdstip van toelating als lid en nadat de verschuldigde intronisatiekosten zijn voldaan. De uitmonstering bestaat uit het standaard roodwitte NGW Genootschapslint met rode dwarsbalk, waarop vastgehecht een zilverkleurige ketting en de Genootschapsplaquette; daarnaast ontvangt elk geïntroniseerd lid een draagmedaille en draagspeld;

  1. Officier: deze graad is te behalen op voorwaarde dat het lid ten minste één jaar chevalier is geweest en met goed gevolg een door de commissie opleidingen vastgestelde en door haar afgenomen  wijnkennistest en wijnproef zal hebben afgelegd.  De uitmonstering bestaat uit een zilverkleurig schild met de tekst officier. Dit wordt gedragen op het Genootschapslint, op de middennaad zodanig dat het tussen de ketting past;
  2. Grand ‑ Officier: deze graad is te behalen op voorwaarde, dat het lid ten minste één jaar officier is geweest en met goed gevolg een door de commissie opleidingen vastgestelde en door haar afgenomen  wijnkennistest en wijnproef zal hebben afgelegd. De uitmonstering bestaat uit een goudkleurig schild met de tekst grand officier. Dit wordt gedragen op het Genootschapslint, op de middennaad zodanig dat het tussen de ketting past. Bij het behalen van de graad van Grand Officier wordt het zilverkleurige schild met de tekst officier weer ingeleverd bij de Maître du Logis.
  3. Maître: deze graad is te behalen op voorwaarde, dat het lid tenminste één jaar grand officier is geweest en met goed gevolg een meesterstuk heeft geschreven dat – na een toets door de commissie opleidingen – ter beoordeling is voorgelegd aan een externe commissie en door deze externe commissie positief is beoordeeld. De uitmonstering bestaat uit een goudkleurig schild met kroontje met de tekst Maître. Dit wordt gedragen op het Genootschapslint, op de middennaad zodanig dat het tussen de ketting past. Bij het behalen van de graad van Maître wordt het goudkleurige schild met de tekst grand officier weer ingeleverd bij de Maître du Logis.
  4. Commandeur: deze graad kan alleen behaald worden op voordracht van een lid van het bestuur. Deze benoeming behoeft de goedkeuring van de meerderheid van de leden van het bestuur. De uitmonstering bestaat uit een zilveren dwarsbalk, die wordt vastgehecht op het standaard roodwitte Genootschapslint. Slechts drie leden kunnen gelijktijdig de graad van Commandeur bezitten;
  5. Grand ‑ Commandeur: deze graad is voorbehouden aan de twee oprichters van het Genootschap, zoals ze zijn genoemd in artikel 1 van de statuten. Na  overlijden van één of beide oprichters kan het bestuur één, respectievelijk twee nieuwe Grand‑Commandeur(­s) benoe­men. Deze benoeming behoeft de goedkeuring van de meerderheid van de leden van het bestuur. De uitmonstering bestaat uit een gouden dwarsbalk, welke wordt vastgehecht op het standaard roodwitte Genootschapslint, boven de rode dwarsbalk.
Artikel 35

De commissie opleidingen als bedoeld in artikel 37 lid c. en d. zal bestaan uit ten minste drie leden, welke door het bestuur voor onbepaalde tijd zijn aangesteld met inachtneming van artikel 25, lid 1 van dit reglement. De commissieleden moeten zelf ten minste de rang van Grand ‑Officier bezitten. Zij bereiden de  examens voor, die bestaan uit een theoretisch en een organoleptisch gedeelte en zijn tevens verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

Artikel 36

De intronisatie van postulanten tot Chevalier zal ten minste éénmaal per jaar plaatsvinden op een tijdstip en plaats te bepalen door het bestuur. Het bestuur behoudt zicht het recht voor om van de hiervoor gestelde tijd en plaats af te wijken, indien bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van het bestuur, haar daartoe aanleiding geven.

Artikel 37

De examens voor het behalen van de graad van Officier en Grand ‑ Officier kunnen éénmaal per kalenderjaar worden afgelegd op een tijdstip en plaats in overleg met het bestuur vast te stellen door de commissie opleidingen. Het bestuur behoudt zicht het recht voor om van de hiervoor gestelde plaats en tijd af te wijken indien bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van het bestuur, haar daartoe aanleiding geven.

Artikel 38

De verschuldigde bedragen voor de intronisaties en voor het afleggen van de examens worden vastgesteld door het bestuur.

De verschuldigde bedragen voor deelname aan de activiteiten georganiseerd door het bestuur, intronisaties en examens worden vastgesteld door het bestuur en dienen vooraf en volledig te worden voldaan. De jaarvergadering en chapitre tijdens het jaarfeest zijn gratis toegankelijk voor leden van het NGW.

Artikel 39

Het bestuur behoudt zich het recht voor om in afwijking van het gestelde in artikel 34 van dit regle­ment aan leden, ereleden en compagnonleden graden toe te kennen vanwege bijzondere verdiensten voor het Genootschap, dan wel om andere merites.

Artikel 40

Bij de diverse graden horen oorkonden.

Artikel 41

Zoals vastgelegd in artikel 9 van de statuten behoudt het bestuur zich het recht voor om leden en ereleden te benoemen of te ontslaan in de functie van bestuurslid met de titel van Chambellan, Grand ‑ Maître, Maître de Cérémonie, Maître du Logis of Maître Bouteiller. De omschrijving van deze functies is vastgelegd in artikel 41 van dit reglement.

Artikel 42

a          Chambellan: Deze eretitel wordt verleend aan een lid of gewezen lid van het hoofdbestuur met een  bijzondere staat van dienst. Door zijn grote ervaring kan hij als commissielid zijn bijdrage leveren in operationele zaken;

b          Grand ‑ Maître: Deze eretitel wordt verleend aan een lid van het hoofdbestuur met een bijzondere staat van dienst. Deze benoeming is voor onbepaalde tijd en kent geen leeftijdsbeperkingen. Door zijn grote ervaring en wijnkennis kan hij een belangrijke bijdrage leveren aan de primaire doelstelling van het Genootschap, n.l. meer bekendheid geven aan en de waardering vergroten voor het product wijn. Op verzoek van en na goedkeuring door het Dagelijks Bestuur kan hij het Genootschap vertegenwoordigen bij ceremoniële en promotionele activiteiten. Slechts aan 1 bestuurslid van het Genootschap kan deze eretitel worden verleend;

c          Maître de Cérémonie:  Een lid van het hoofdbestuur, dat verantwoordelijk is voor de correcte uitvoering van de ceremonieën, die in acht worden genomen bij intronisaties van leden en ereleden en

            bij andere officiële bijeenkomsten van het Genootschap;

d          Maître du Logis: Een lid van het hoofdbestuur, dat verantwoordelijk is voor het beheer van alle  goederen en materialen, die worden gebruikt voor de presentatie van het Genootschap in enigerlei  vorm. Hij draagt er zorg voor dat deze goederen en materialen op de juiste tijd en plaats aanwezig zijn en na gebruik weer afgevoerd en opgeslagen worden;

e          Maître Bouteiller:  Een lid van het hoofdbestuur, dat verantwoordelijk is voor het beheer van wijnen, die het eigendom zijn van het Genootschap. Namens het Genootschap voert hij de regie over de wijnen, die verbruikt worden tijdens officiële gebeurtenissen van het Genootschap. In die functie onderhoudt hij de contacten met de verantwoordelijken uit de horecasector;

f           Conseiller: Gewezen leden van het Hoofdbestuur en leden, die door hun specifieke kennis en ervaring daartoe geschikt worden geacht, kunnen door het bestuur worden benoemd tot Conseiller.

            Deze benoeming is voor onbepaalde tijd en kent geen leeftijdsbeperkingen. De Conseillers komen bijeen op instigatie van het bestuur en verder voor zo ver en zo vaak als de Conseillers dit nodig   achten.

Artikel 43

              a          De standaarduitmonstering van leden van het bestuur bestaat uit het Genootschapslint met een groene speld; bij officiële zittingen bestaat de uitmonstering uit kappa, bonnet en      bestuursketting, waarvan eveneens model en kleur door het bestuur worden bepaald;

De bestuursketting uitsluitend te dragen in combinatie met de kappa.

b          De uitmonstering van leden van een bailliagebestuur, niet zijnde lid van het bestuur, bestaat uit het Genootschapslint met een blauwe speld;

c          De uitmonstering van ereleden bestaat uit het Genootschapslint met een gele bies;

d          De uitmonstering van Conseillers bestaat uit het Genootschapslint met groene bies, de uitmonsteringen bij officiële zittingen bestaat uit kappa, bonnet en bestuursketting;

e          De spelden als hiervoor genoemd worden bevestigd aan de linkerkant van het Genootschapslint ter hoogte van het hart, waarbij de groene boven de blauwe geplaatst wordt. De biezen als hiervoor genoemd zijn aangebracht aan de binnenzijde van het Genootschapslint.

Artikel 44

Bestuursleden dienen de uitmonstering behorend bij de functie die zij niet meer bekleden in te leveren bij de Maître du Logis. Dit geldt ook voor het inleveren van de kappa, bonnet en bestuursketting.

Artikel 45

Het is de leden niet toegestaan het draaglint van het Genootschap te dragen, dan wel te gebruiken, voor doeleinden, die niet het Genootschap direct betreffen.

VII Onderscheidingen

Artikel 46

Het Genootschap kent een aantal onderscheidingen, welke ieder naar hun aard door het bestuur kunnen worden toegekend aan natuurlijke personen, dan wel rechtspersonen, die zich, naar het oordeel van het bestuur, voor het Genootschap, dan wel voor de wijn in het algemeen verdienstelijk hebben gemaakt.

Artikel 47

a          De “Bacchus van Verdienste” wordt door het bestuur toegekend aan leden, die zich voor het gehele Genootschap buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt. De uitmonstering bestaat uit een kleine plaquette, te dragen op het grote draaglint, en een sculptuur van Bacchus. De uitreiking vindt plaats op een door het bestuur vast te stellen plaats en tijdstip.

b          De “Eredruif” in zilver wordt door het bestuur verleend aan leden of niet-leden die zich op bijzondere wijze hebben ingezet voor het Genootschap. De uitmonstering bestaat uit een plaquette, te dragen op het grote draaglint. De uitreiking vindt plaats op een door het bestuur vast te stellen plaats en tijdstip.

c          De titel “Vigneron d’Honneur” welke tevens het erelidmaatschap inhoudt, wordt door het bestuur toegekend aan personen die professioneel bij de wijnbouw/‑handel betrokken zijn en zich op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor het Genootschap. De onderscheiding bestaat uit het Genootschapslint met gele bies en een oorkonde met de vermelding van de motieven, welke geleid hebben tot de toekenning.

Artikel 48

Het Genootschap faciliteert een website. Het beheer van deze website ligt voor wat betreft het algemeen gedeelte  bij de algemeen secretaris van het Genootschap. Gedeelten die vallen onder de bailliages worden beheerd door een lid van deze bailliages,

De algemeen secretaris ziet als moderator toe op het algemene niveau van de informatie.

IX Slotbepalingen
Artikel 49

Het bestuur heeft het recht van reglementsuitlegging en beslist in gevallen, waarin dit reglement niet voorziet.

Artikel 50

Alle leden van het Genootschap ontvangen éénmaal gratis een exemplaar van de statuten en van dit reglement. Bij wijziging van de statuten of van dit  reglement zal aan de leden eveneens een exemplaar van de gewijzigde statuten c.q. het gewijzigde huishoudelijk reglement, worden verstrekt.

Artikel 51

Waar in dit reglement sprake is van ”schriftelijk”, is hiermede tevens bedoeld “per elektronische post (e-mail)”.

Artikel 52

Dit reglement is van toepassing in onverbrekelijke samenhang met de statuten en treedt in werking 14 dagen na verzending van het Huishoudelijke Reglement aan de leden.

Aldus vastgesteld en goedgekeurd in de algemene ledenvergadering gehouden te Ool-Herten op 22 april 2012


Aankomende activiteiten

okt
12
do
19:45 De wijnen van Sancerre door Geor...
De wijnen van Sancerre door Geor...
okt 12 @ 19:45 – 22:30
De wijnen van Sancerre door George Mes @ Het Klooster | Waalre | Noord-Brabant | Nederland
Het Sancerre gebied is een snoepwinkel voor geologen! Door aardverschuivingen en ander tektonisch geweld komen hier circa 13 zeer oude rotsgesteentes ( bijna) aan de oppervlakte met grote invloed op de geur en smaak van
okt
25
wo
19:45 Bois le Duc Italië proeverij
Bois le Duc Italië proeverij
okt 25 @ 19:45 – 22:30
Richard van Beers en Michiel van den Berge laten ons wijnen proeven van wat minder bekende inheemse druivenrassen.
okt
28
za
hele dag LCP Wijnweekend Moezel
LCP Wijnweekend Moezel
okt 28 – okt 29 hele dag
Het wijnweekend gaat dit jaar naar het Moezel gebied tussen Bernkastel en Koblenz. T.z.t. volgt nadere informatie.